donderdag 3 januari 2008

Een eerste aanzet

Er is eigenlijk nog steeds geen eenduidige definitie van web 2.0. Met als gevolg dat allerlei ontwikkelingen eronder worden geschaard om mee te kunnen liften op de populariteit van de term. Want hoewel de term rond 2004 opkwam, hebben de ontwikkelingen rond web 2.0 met name het afgelopen jaar een enorme vlucht genomen.

Van consumer naar prosumer
Pew Internet heeft in 2006 reeds geprobeerd het begrip web 2.0 af te bakenen. In hun onderzoeksrapport (zie www.pewinternet.org/pdfs/PIP_web_2.0.pdf) stellen zij dat web 2.0 toepassingen zich onderscheiden van web 1.0 toepassingen, doordat in eerstgenoemden veel meer sprake is van interactie, co-creatie en een centrale rol voor de gebruikers. Kenmerkend voor web 2.0 is wat mij betreft dan ook dat de "consumer" is verworden tot "prosumer".

Toepassingen
Toepassingen die binnen deze omschrijving vallen zijn wat mij betreft in ieder geval blogs, wikis, tagging, social networks, mashups en combinaties daarvan. Eén van de bekendste en meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden van web 2.0 is Youtube (http://www.youtube.com/), een site waar iedereen zijn of haar video's kan plaatsen. Een vergelijkbare site, maar dan voor foto's, is bijvoorbeeld Flickr (http://www.flickr.com/). Hét voorbeeld van een wiki is natuurlijk wikipedia, voor sommigen de opvolger van de Brittanica. Het meest bekende social network in Nederland is toch wel Hyves. Of bent u lid van Live Meeting? En nu we het daar toch over hebben: u heeft toch wel een profiel aangemaakt op LinkedIn?

Het succes van voornoemde sites is onvoorstelbaar. Het aantal bezoekers van sites als Flickr en Youtube bedraagt enkele miloenen per dag. Ondanks het feit dat uit onderzoek is gebleken dat slechts ca. 15% van deze bezoekers ook zelf video's en foto's plaats, groeien beide sites iedere dag enorm.

Enterprise 2.0
Het bedrijfsleven heeft web 2.0 inmiddels ook ontdekt. Zo zijn er Amerikaanse automerken die hun kopers oproepen zelf filmpjes en foto's te maken van hun auto en deze vervolgens op Youtube of Flickr te plaatsen (zie bijvoorbeeld www.youtube.com/chrysler300). Lego biedt op haar site de mogelijkheid om nieuwe ontwerpen in te dienen http://club.lego.com/en-us/gallery/default.aspx. Allemaal user generated content die de bedrijven vervolgens inzetten voor hun marketing.

Een ander leuk voorbeeld in dit kader is de Nederlandse zangeres Esmee Denters. Zij haalde bij Idols de finale niet. Vervolgens heeft zij echter een aantal filmpjes op Youtube gezet. Binnen de kortste keren had zij een miloenenpubliek en kreeg vervolgens een platencontract aangeboden door Justin Timberlake.

Een tweede leuk voorbeeld uit eigen land is Info Support, een IT bedrijf uit Veenendaal dat de afgelopen weken een wervingscampagne heeft uitgevoerd door humoristische filmpjes op Youtube te zetten. Weliswaar heeft men moeten investeren in de produktie van de filmpjes, maar de advertentiekosten waren nul. Men heeft simpelweg gebruik gemaakt van de mechanismen binnen een social network.

Maar behalve in het kader van marketing maken bedrijven inmiddels ook op andere manieren gebruik van web 2.0 toepassingen. Zo zijn in het kader van kennisdeling binnen het bedrijf inmiddels diverse bedrijven gestart met het intern toepassen van blogs en wiki's. Verschil met traditionele intranetten is uiteraard dat er veel meer sprake is van interactie en co-creatie.

Government 2.0
Ook een aantal overheidsinstellingen heeft inmiddels de mogelijkheden van web 2.0 onderkend. Ook in Nederland. Zo heeft inmiddels iedere zichzelf respecterende politicus een eigen weblog. In een aantal gemeenten (Almere, Amsterdam, Den Haag en Emmen) is men gestart met Web in de Wijk (zie www.webindewijk.nl/portal), een initiatief dat tot doel heeft de sociale cohesie in wijken te vergroten door mensen in eerste instantie via een social network op het internet met elkaar in contact te brengen.

Voor voorbeelden van verdergaande vormen van interactie en co-creatie tussen overheid en burgers moeten we echter naar het buitenland. Een mooi voorbeeld van een zogenaamde mashup is chicagocrime.org. Burgers kunnen veiligheidsincidenten melden, die vervolgens ook google maps worden geprojecteerd. Hierdoor krijgen burgers snel inzicht in de veiligheidssituatie in hun eigen buurt of straat. Een voorbeeld van burgerparticipatie uit Engeland is fixmystreet.org, waar burgers losliggende stoeptegels kunnen melden, maar bijvoorbeeld ook hun beklag kunnen doen over het feit dat honden constant in hun straat poepen. Incidenten worden allemaal op kaartmateriaal weergegeven, en vervolgens kan de buurman ook reageren op een melding. Via een RSS-feed kun je op de hoogte blijven van de reacties die op een meldign binnenkomen.
Weer een heel ander voorbeeld van burgerparticpatie is terug te vinden op http://www.citizenwausau.com/ , een door de gemeente gefaciliteerde blog waar inwoners kunnen dicussiëren over onderwerpen die hen bezig houden. Vervgelijkbare initiatieven zijn overigens terug te vinden in Ann Arbor (getsatisfaction.com/annarbor) en op Hawai (http://www.ehawaii.gov/). Een laatste voorbeeld, iets dichter bij huis, is de gemeente Brest in Frankrijk. De gemeente stelt camera's e.d. aan burgers ter beschikking om documentaires over de eigen gemeente te maken.

Kansen en bedreigingen
Alle hiervoor genoemde voorbeelden zijn erop gericht de afstand tussen burgers en bestuur te verminderen. Iets wat ook in ons land wordt nagestreefd. Wat dat betreft zouden alle overheidsinstanties web 2.0 moeten omarmen. Ik besef echter ook dat er risico's aan vast zitten. Met name aan de user generated content. Want wat als een burger bijvoorbeeld niet politiek correcte discriminerende teksten plaatst? Is de overheid daar dan voor verantwoordelijk? Interessant om te kijken hoe hiervoor genoemde gemeenten hier mee omgaan! Misschien moet je wat dat betreft als overheid ook een beetje durven loslaten en niet willen streven naar volledige controle. Dat is iets wat niet bij de basisbeginselen van web 2.0 past.

Dit geldt overigens ook voor de interne toepassing van bijvoorbeeld wiki's en blogs binnen een overheidsinstelling. Willen overheidsinstellingen hier op succesvolle wijze gebruik van maken, zo luidt mijn stelling, dan moeten de huidige hiërachiëen voor een belangrijk deel worden afgebroken. Het management moet medewerkers ruimte bieden en mede verantwoordleijk maken voor te leveren prestaties. Alleen dan kan een cultuur ontstaan waarin kennis delen vanzelfsprekend wordt. Het verminderen van de hiërarchie is m.i. tevens noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overheid als werkgever aantrekkelijk blijft voor de nieuwe generatie medewerkers die opgroeit met Hyves etc. en gewend is te opereren in netwerken. Zie in dit kader bijvoorbeeld de presentatie van prof. Wim Veen van de Universiteit Delft over de "Homo Zappiens" (http://www.slideshare.net/HansMestrum/homo-zappiens/1).

1 opmerking:

Anoniem zei

Mooie blog, met interessant item.
Kanaliseren van informatie voorkomen dat het verzandt in ongenuanceerde uitwisseling is hierbij aan de orde.
Succes met uw blog (en tot morgen.....)