Op 23 april jl. is de website "Mail de politiek" in gebruik genomen. Volgens de initiatiefnemers vormt communicatie tussen de burger en de politiek verantwoordelijken de basis van een goed functionerende democratie. Omdat het vaak moeilijk is om als burger een bewuste politicus (lokaal, regionaal, landelijk of Europese politicus) te vinden, is door de stichting Het Nieuwe Stemmen het initiatief genomen om een soort mailbox op te zetten. Als burger kun je relatief eenvoudig via 6 stappen aan iedere politicus je vraag stellen. Door het onderwerp te kiezen waaronder je vraag valt zoekt de site naar de bijbehorende politici op de verschillende niveaus. Uit de door de site voorgestelde politici kan je dan kiezen aan wie je de vraag wilt stellen.
Op dit moment zijn nog maar een kleine 15 tal vragen gesteld. Deze zijn met name aan lokale politici of gemeenteraden gesteld. Voor zover ik kan zien wordt de vraag pas gepubliceerd nadat er een antwoord ontvangen is. Bij het uittesten van de service liep ik tegen nogal wat kinderziektes aan zoals politici die nog niet gereageerd hebben op de uitnodiging van de site om te participeren aan de dienst. Ook is het vreemd dat op hoofdthema's geen politici gevonden worden die het thema in portefeuille hebben. Echter ik kan mij voorstellen dat de indeling van politici gebeurd door middel van een aanmeldingsprocedure, en dat de initiatiefnemers niet zelf alle politici hebben ingevoerd.
Ik denk dat het nu nog te vroeg is om een goed oordeel te hebben over de site en het initiatief. Zoals met zoveel initiatieven op het web gaat of staat het met traffic en gezien het aantal keren dat de huidige berichten gelezen zijn ga ik er van uit dat de promotie van de site nog beginnen moet.
Wel transparant en ik ben benieuwd welke thema's in de komende tijd besproken gaan worden. In de gaten houden dus!
maandag 26 mei 2008
maandag 10 maart 2008
Collaboration platform voor het rijk: ook heel erg overheid 2.0
Na vorige week het initiatief I ambtenaar op het spoor te zijn gekomen (een initiatief van Maarten .. die werkzaam is bij de gemeente Haarlemmermeer en niet de gemeente Amsterdam), stuitte ik dit weekeinde op een publicatie in Autoamtiseringsgids over de uitbreiding van het digitale samenwerkingsplatform voor het Rijk.
Sogeti gaat volgens planning nog voor de zomer van dit jaar de reeds bestaande samenwerkingsomgeving "Viadesk" uitbreiden. Behalve de reeds bestaande functionaliteiten voor documentuitwisseling en agendasharing kunnen de rijksambtenaren straks beschikken over instant messaging, een Rijks-adresgids, een virtuele samenwerkingsruimte en aanwezigheidssignalering. In een later stadium zullen ook nog videoconferencing, voice over IP, blogs en wiki's worden toegevoegd.
De diensten, zo vermeldt het artikel in Automatiseringsgids, zullen worden aangeboden via een Rijksweb-intranet, dat in eerste instantie naast de bestaande intranetten van de departementen zal bestaan. Als deze intranetten zouden worden ingepast onstaat er een samenwerkingsomgeving voor ca. 120.000 medewerkers.
Dat is nog eens een Community of Practice.
Sogeti gaat volgens planning nog voor de zomer van dit jaar de reeds bestaande samenwerkingsomgeving "Viadesk" uitbreiden. Behalve de reeds bestaande functionaliteiten voor documentuitwisseling en agendasharing kunnen de rijksambtenaren straks beschikken over instant messaging, een Rijks-adresgids, een virtuele samenwerkingsruimte en aanwezigheidssignalering. In een later stadium zullen ook nog videoconferencing, voice over IP, blogs en wiki's worden toegevoegd.
De diensten, zo vermeldt het artikel in Automatiseringsgids, zullen worden aangeboden via een Rijksweb-intranet, dat in eerste instantie naast de bestaande intranetten van de departementen zal bestaan. Als deze intranetten zouden worden ingepast onstaat er een samenwerkingsomgeving voor ca. 120.000 medewerkers.
Dat is nog eens een Community of Practice.
donderdag 21 februari 2008
Ambtenaren en social networks: heel erg Overheid 2.0
Vandaag stuitte ik op Infoworld op een bericht over de Connected Urban Development Global Conference 2008. Een initiatief van de gemeenten Amsterdam, San Fransisco en Seoul en IT-leverancier Cisco.
Het idee achter het initiatief, zo meldt het verslag op Infoworld, is dat gemeenten van elkaar kunnen leren bij de bestrijding van broeikaseffecten. In dat kader wil men via web 2.0 toepassingen ambtenaren kennis laten uitwisselen.
Vorige week werd ik ook gewezen op het bestaan van I Ambtenaar, een initiatief van een (Amsterdamse?) ambtenaar. Begonnen als een community van ambtenaren op Hyves, en nu ook met een serieuze blog (http://iambtenaar.eu). De community op Hyves kent inmiddels ruim 1900 leden. Voor een deel nog weer onderverdeeld naar verschillende overheidsinstanties.
Hoewel ik als niet-lid niet overal bij kon, heb ik niet de indruk dat hier zoals bij het Connected Urban Development initiatief de bedoeling is serieus gediscussieerd wordt.
Op de blog daarentegen lijken meer serieuze discussies op gang te komen.
Ik ben zeer benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen. Hoe gaan de desbetreffende organisaties reageren als ambtenaren op Hyves politieke statements gaan maken? In hoeverre zal men proberen te sturen op de informatie die wel of niet langs deze kanalen naar buiten wordt gebracht? Mogen alle kiekjes van kantoor op Hyves worden geplaatst conform de oproep?
Het Connected Urban Development initiatief zal wellicht kiezen voor een afgeschermde wiki voor het delen van kennis. Waardoor voornoemde vragen minder spelen. Maar welke vrijheid krijgen medewerkers om kennis zomaar weg te geven? Hoe reageert hun toch nog steeds bureaucratische omgeving op deze innovatieve werkwijze?
Wellicht heb jij hier een mening over, of ken je andere vergelijkbare initiatieven? Laat het ons weten want wij zijn heel erg benieuwd naar de ervaringen.
Het idee achter het initiatief, zo meldt het verslag op Infoworld, is dat gemeenten van elkaar kunnen leren bij de bestrijding van broeikaseffecten. In dat kader wil men via web 2.0 toepassingen ambtenaren kennis laten uitwisselen.
Vorige week werd ik ook gewezen op het bestaan van I Ambtenaar, een initiatief van een (Amsterdamse?) ambtenaar. Begonnen als een community van ambtenaren op Hyves, en nu ook met een serieuze blog (http://iambtenaar.eu). De community op Hyves kent inmiddels ruim 1900 leden. Voor een deel nog weer onderverdeeld naar verschillende overheidsinstanties.
Hoewel ik als niet-lid niet overal bij kon, heb ik niet de indruk dat hier zoals bij het Connected Urban Development initiatief de bedoeling is serieus gediscussieerd wordt.
Op de blog daarentegen lijken meer serieuze discussies op gang te komen.
Ik ben zeer benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen. Hoe gaan de desbetreffende organisaties reageren als ambtenaren op Hyves politieke statements gaan maken? In hoeverre zal men proberen te sturen op de informatie die wel of niet langs deze kanalen naar buiten wordt gebracht? Mogen alle kiekjes van kantoor op Hyves worden geplaatst conform de oproep?
Het Connected Urban Development initiatief zal wellicht kiezen voor een afgeschermde wiki voor het delen van kennis. Waardoor voornoemde vragen minder spelen. Maar welke vrijheid krijgen medewerkers om kennis zomaar weg te geven? Hoe reageert hun toch nog steeds bureaucratische omgeving op deze innovatieve werkwijze?
Wellicht heb jij hier een mening over, of ken je andere vergelijkbare initiatieven? Laat het ons weten want wij zijn heel erg benieuwd naar de ervaringen.
woensdag 6 februari 2008
Top overheid.nl monitor doet niets met web 2.0
Op 16 januari j.l. werd de nieuwe rangorde voor gemeenten van overheid.nl monitor bekend. De kopgroep wordt op dit moment gevormd door respectievelijk Rotterdam, Dordrecht, Woerden, Almere en Enschede.
Een scan van de sites van deze gemeenten laat zien dat interactieve web 2.0 toepassingen hun weg nog niet gevonden hebben naar de sites van deze gemeenten. Rotterdam komt nog het meest in de buurt. Zo kwam ik op de homepage een rubriek "Rotterdammers over Rotterdam" tegen. Nader onderzoek wees uit dat hier stukjes tekst geplaatst worden die bewoners kunnen aanleveren bij de redactie. Vervolgens kunnen anderen daar wel weer op reageren, maar deze reacties zijn niet zichtbaar op de site. Ook op andere pagina's biedt gemeente Rotterdam de mogelijkheid om te reageren. Ook deze reacties zijn echter niet zichtbaar voor andere bezoekers van de site.
Bij gemeente Dordrecht vond ik "weblogs" van een aantal wethouders. Ik heb de term weblog bewust tussen aanhalingstekens gezet omdat er m.i. geen sprake is van een echte weblog, ook al wordt deze wel zo genoemd. Van directe interactiviteit is nl. geen sprake. Wethouder Kamsteeg biedt weliswaar de mogelijkheid te reageren op zijn artikelen, maar deze reacties zijn alleen voor hemzelf inzichtelijk. Wethouder Lagendijk heeft gekoppeld aan zijn "weblog" een poll over de bouw van een nieuw voetbalstadion. Reageren op de artikelen die hij zelf schrijft is echter niet mogelijk.
Ook burgemeester Jorritsma van gemeente Almere heeft een "weblog". Hier echter geen enkele mogelijkheid om te reageren. Geen interactie dus, en dus geen web 2.0.
Hetzelfde geldt voor de overige 2 gemeenten uit de top 5: Woerden en Enschede. Hier zelfs geen "weblogs" voor de wethouders en burgemeesters.
Is er iemand die een sprekend voorbeeld heeft van een web 2.0-toepassing bij een gemeente in Nederland?
Een scan van de sites van deze gemeenten laat zien dat interactieve web 2.0 toepassingen hun weg nog niet gevonden hebben naar de sites van deze gemeenten. Rotterdam komt nog het meest in de buurt. Zo kwam ik op de homepage een rubriek "Rotterdammers over Rotterdam" tegen. Nader onderzoek wees uit dat hier stukjes tekst geplaatst worden die bewoners kunnen aanleveren bij de redactie. Vervolgens kunnen anderen daar wel weer op reageren, maar deze reacties zijn niet zichtbaar op de site. Ook op andere pagina's biedt gemeente Rotterdam de mogelijkheid om te reageren. Ook deze reacties zijn echter niet zichtbaar voor andere bezoekers van de site.
Bij gemeente Dordrecht vond ik "weblogs" van een aantal wethouders. Ik heb de term weblog bewust tussen aanhalingstekens gezet omdat er m.i. geen sprake is van een echte weblog, ook al wordt deze wel zo genoemd. Van directe interactiviteit is nl. geen sprake. Wethouder Kamsteeg biedt weliswaar de mogelijkheid te reageren op zijn artikelen, maar deze reacties zijn alleen voor hemzelf inzichtelijk. Wethouder Lagendijk heeft gekoppeld aan zijn "weblog" een poll over de bouw van een nieuw voetbalstadion. Reageren op de artikelen die hij zelf schrijft is echter niet mogelijk.
Ook burgemeester Jorritsma van gemeente Almere heeft een "weblog". Hier echter geen enkele mogelijkheid om te reageren. Geen interactie dus, en dus geen web 2.0.
Hetzelfde geldt voor de overige 2 gemeenten uit de top 5: Woerden en Enschede. Hier zelfs geen "weblogs" voor de wethouders en burgemeesters.
Is er iemand die een sprekend voorbeeld heeft van een web 2.0-toepassing bij een gemeente in Nederland?
donderdag 3 januari 2008
Een eerste aanzet
Er is eigenlijk nog steeds geen eenduidige definitie van web 2.0. Met als gevolg dat allerlei ontwikkelingen eronder worden geschaard om mee te kunnen liften op de populariteit van de term. Want hoewel de term rond 2004 opkwam, hebben de ontwikkelingen rond web 2.0 met name het afgelopen jaar een enorme vlucht genomen.
Van consumer naar prosumer
Pew Internet heeft in 2006 reeds geprobeerd het begrip web 2.0 af te bakenen. In hun onderzoeksrapport (zie www.pewinternet.org/pdfs/PIP_web_2.0.pdf) stellen zij dat web 2.0 toepassingen zich onderscheiden van web 1.0 toepassingen, doordat in eerstgenoemden veel meer sprake is van interactie, co-creatie en een centrale rol voor de gebruikers. Kenmerkend voor web 2.0 is wat mij betreft dan ook dat de "consumer" is verworden tot "prosumer".
Toepassingen
Toepassingen die binnen deze omschrijving vallen zijn wat mij betreft in ieder geval blogs, wikis, tagging, social networks, mashups en combinaties daarvan. Eén van de bekendste en meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden van web 2.0 is Youtube (http://www.youtube.com/), een site waar iedereen zijn of haar video's kan plaatsen. Een vergelijkbare site, maar dan voor foto's, is bijvoorbeeld Flickr (http://www.flickr.com/). Hét voorbeeld van een wiki is natuurlijk wikipedia, voor sommigen de opvolger van de Brittanica. Het meest bekende social network in Nederland is toch wel Hyves. Of bent u lid van Live Meeting? En nu we het daar toch over hebben: u heeft toch wel een profiel aangemaakt op LinkedIn?
Het succes van voornoemde sites is onvoorstelbaar. Het aantal bezoekers van sites als Flickr en Youtube bedraagt enkele miloenen per dag. Ondanks het feit dat uit onderzoek is gebleken dat slechts ca. 15% van deze bezoekers ook zelf video's en foto's plaats, groeien beide sites iedere dag enorm.
Enterprise 2.0
Het bedrijfsleven heeft web 2.0 inmiddels ook ontdekt. Zo zijn er Amerikaanse automerken die hun kopers oproepen zelf filmpjes en foto's te maken van hun auto en deze vervolgens op Youtube of Flickr te plaatsen (zie bijvoorbeeld www.youtube.com/chrysler300). Lego biedt op haar site de mogelijkheid om nieuwe ontwerpen in te dienen http://club.lego.com/en-us/gallery/default.aspx. Allemaal user generated content die de bedrijven vervolgens inzetten voor hun marketing.
Een ander leuk voorbeeld in dit kader is de Nederlandse zangeres Esmee Denters. Zij haalde bij Idols de finale niet. Vervolgens heeft zij echter een aantal filmpjes op Youtube gezet. Binnen de kortste keren had zij een miloenenpubliek en kreeg vervolgens een platencontract aangeboden door Justin Timberlake.
Een tweede leuk voorbeeld uit eigen land is Info Support, een IT bedrijf uit Veenendaal dat de afgelopen weken een wervingscampagne heeft uitgevoerd door humoristische filmpjes op Youtube te zetten. Weliswaar heeft men moeten investeren in de produktie van de filmpjes, maar de advertentiekosten waren nul. Men heeft simpelweg gebruik gemaakt van de mechanismen binnen een social network.
Maar behalve in het kader van marketing maken bedrijven inmiddels ook op andere manieren gebruik van web 2.0 toepassingen. Zo zijn in het kader van kennisdeling binnen het bedrijf inmiddels diverse bedrijven gestart met het intern toepassen van blogs en wiki's. Verschil met traditionele intranetten is uiteraard dat er veel meer sprake is van interactie en co-creatie.
Government 2.0
Ook een aantal overheidsinstellingen heeft inmiddels de mogelijkheden van web 2.0 onderkend. Ook in Nederland. Zo heeft inmiddels iedere zichzelf respecterende politicus een eigen weblog. In een aantal gemeenten (Almere, Amsterdam, Den Haag en Emmen) is men gestart met Web in de Wijk (zie www.webindewijk.nl/portal), een initiatief dat tot doel heeft de sociale cohesie in wijken te vergroten door mensen in eerste instantie via een social network op het internet met elkaar in contact te brengen.
Voor voorbeelden van verdergaande vormen van interactie en co-creatie tussen overheid en burgers moeten we echter naar het buitenland. Een mooi voorbeeld van een zogenaamde mashup is chicagocrime.org. Burgers kunnen veiligheidsincidenten melden, die vervolgens ook google maps worden geprojecteerd. Hierdoor krijgen burgers snel inzicht in de veiligheidssituatie in hun eigen buurt of straat. Een voorbeeld van burgerparticipatie uit Engeland is fixmystreet.org, waar burgers losliggende stoeptegels kunnen melden, maar bijvoorbeeld ook hun beklag kunnen doen over het feit dat honden constant in hun straat poepen. Incidenten worden allemaal op kaartmateriaal weergegeven, en vervolgens kan de buurman ook reageren op een melding. Via een RSS-feed kun je op de hoogte blijven van de reacties die op een meldign binnenkomen.
Weer een heel ander voorbeeld van burgerparticpatie is terug te vinden op http://www.citizenwausau.com/ , een door de gemeente gefaciliteerde blog waar inwoners kunnen dicussiëren over onderwerpen die hen bezig houden. Vervgelijkbare initiatieven zijn overigens terug te vinden in Ann Arbor (getsatisfaction.com/annarbor) en op Hawai (http://www.ehawaii.gov/). Een laatste voorbeeld, iets dichter bij huis, is de gemeente Brest in Frankrijk. De gemeente stelt camera's e.d. aan burgers ter beschikking om documentaires over de eigen gemeente te maken.
Kansen en bedreigingen
Alle hiervoor genoemde voorbeelden zijn erop gericht de afstand tussen burgers en bestuur te verminderen. Iets wat ook in ons land wordt nagestreefd. Wat dat betreft zouden alle overheidsinstanties web 2.0 moeten omarmen. Ik besef echter ook dat er risico's aan vast zitten. Met name aan de user generated content. Want wat als een burger bijvoorbeeld niet politiek correcte discriminerende teksten plaatst? Is de overheid daar dan voor verantwoordelijk? Interessant om te kijken hoe hiervoor genoemde gemeenten hier mee omgaan! Misschien moet je wat dat betreft als overheid ook een beetje durven loslaten en niet willen streven naar volledige controle. Dat is iets wat niet bij de basisbeginselen van web 2.0 past.
Dit geldt overigens ook voor de interne toepassing van bijvoorbeeld wiki's en blogs binnen een overheidsinstelling. Willen overheidsinstellingen hier op succesvolle wijze gebruik van maken, zo luidt mijn stelling, dan moeten de huidige hiërachiëen voor een belangrijk deel worden afgebroken. Het management moet medewerkers ruimte bieden en mede verantwoordleijk maken voor te leveren prestaties. Alleen dan kan een cultuur ontstaan waarin kennis delen vanzelfsprekend wordt. Het verminderen van de hiërarchie is m.i. tevens noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overheid als werkgever aantrekkelijk blijft voor de nieuwe generatie medewerkers die opgroeit met Hyves etc. en gewend is te opereren in netwerken. Zie in dit kader bijvoorbeeld de presentatie van prof. Wim Veen van de Universiteit Delft over de "Homo Zappiens" (http://www.slideshare.net/HansMestrum/homo-zappiens/1).
Van consumer naar prosumer
Pew Internet heeft in 2006 reeds geprobeerd het begrip web 2.0 af te bakenen. In hun onderzoeksrapport (zie www.pewinternet.org/pdfs/PIP_web_2.0.pdf) stellen zij dat web 2.0 toepassingen zich onderscheiden van web 1.0 toepassingen, doordat in eerstgenoemden veel meer sprake is van interactie, co-creatie en een centrale rol voor de gebruikers. Kenmerkend voor web 2.0 is wat mij betreft dan ook dat de "consumer" is verworden tot "prosumer".
Toepassingen
Toepassingen die binnen deze omschrijving vallen zijn wat mij betreft in ieder geval blogs, wikis, tagging, social networks, mashups en combinaties daarvan. Eén van de bekendste en meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden van web 2.0 is Youtube (http://www.youtube.com/), een site waar iedereen zijn of haar video's kan plaatsen. Een vergelijkbare site, maar dan voor foto's, is bijvoorbeeld Flickr (http://www.flickr.com/). Hét voorbeeld van een wiki is natuurlijk wikipedia, voor sommigen de opvolger van de Brittanica. Het meest bekende social network in Nederland is toch wel Hyves. Of bent u lid van Live Meeting? En nu we het daar toch over hebben: u heeft toch wel een profiel aangemaakt op LinkedIn?
Het succes van voornoemde sites is onvoorstelbaar. Het aantal bezoekers van sites als Flickr en Youtube bedraagt enkele miloenen per dag. Ondanks het feit dat uit onderzoek is gebleken dat slechts ca. 15% van deze bezoekers ook zelf video's en foto's plaats, groeien beide sites iedere dag enorm.
Enterprise 2.0
Het bedrijfsleven heeft web 2.0 inmiddels ook ontdekt. Zo zijn er Amerikaanse automerken die hun kopers oproepen zelf filmpjes en foto's te maken van hun auto en deze vervolgens op Youtube of Flickr te plaatsen (zie bijvoorbeeld www.youtube.com/chrysler300). Lego biedt op haar site de mogelijkheid om nieuwe ontwerpen in te dienen http://club.lego.com/en-us/gallery/default.aspx. Allemaal user generated content die de bedrijven vervolgens inzetten voor hun marketing.
Een ander leuk voorbeeld in dit kader is de Nederlandse zangeres Esmee Denters. Zij haalde bij Idols de finale niet. Vervolgens heeft zij echter een aantal filmpjes op Youtube gezet. Binnen de kortste keren had zij een miloenenpubliek en kreeg vervolgens een platencontract aangeboden door Justin Timberlake.
Een tweede leuk voorbeeld uit eigen land is Info Support, een IT bedrijf uit Veenendaal dat de afgelopen weken een wervingscampagne heeft uitgevoerd door humoristische filmpjes op Youtube te zetten. Weliswaar heeft men moeten investeren in de produktie van de filmpjes, maar de advertentiekosten waren nul. Men heeft simpelweg gebruik gemaakt van de mechanismen binnen een social network.
Maar behalve in het kader van marketing maken bedrijven inmiddels ook op andere manieren gebruik van web 2.0 toepassingen. Zo zijn in het kader van kennisdeling binnen het bedrijf inmiddels diverse bedrijven gestart met het intern toepassen van blogs en wiki's. Verschil met traditionele intranetten is uiteraard dat er veel meer sprake is van interactie en co-creatie.
Government 2.0
Ook een aantal overheidsinstellingen heeft inmiddels de mogelijkheden van web 2.0 onderkend. Ook in Nederland. Zo heeft inmiddels iedere zichzelf respecterende politicus een eigen weblog. In een aantal gemeenten (Almere, Amsterdam, Den Haag en Emmen) is men gestart met Web in de Wijk (zie www.webindewijk.nl/portal), een initiatief dat tot doel heeft de sociale cohesie in wijken te vergroten door mensen in eerste instantie via een social network op het internet met elkaar in contact te brengen.
Voor voorbeelden van verdergaande vormen van interactie en co-creatie tussen overheid en burgers moeten we echter naar het buitenland. Een mooi voorbeeld van een zogenaamde mashup is chicagocrime.org. Burgers kunnen veiligheidsincidenten melden, die vervolgens ook google maps worden geprojecteerd. Hierdoor krijgen burgers snel inzicht in de veiligheidssituatie in hun eigen buurt of straat. Een voorbeeld van burgerparticipatie uit Engeland is fixmystreet.org, waar burgers losliggende stoeptegels kunnen melden, maar bijvoorbeeld ook hun beklag kunnen doen over het feit dat honden constant in hun straat poepen. Incidenten worden allemaal op kaartmateriaal weergegeven, en vervolgens kan de buurman ook reageren op een melding. Via een RSS-feed kun je op de hoogte blijven van de reacties die op een meldign binnenkomen.
Weer een heel ander voorbeeld van burgerparticpatie is terug te vinden op http://www.citizenwausau.com/ , een door de gemeente gefaciliteerde blog waar inwoners kunnen dicussiëren over onderwerpen die hen bezig houden. Vervgelijkbare initiatieven zijn overigens terug te vinden in Ann Arbor (getsatisfaction.com/annarbor) en op Hawai (http://www.ehawaii.gov/). Een laatste voorbeeld, iets dichter bij huis, is de gemeente Brest in Frankrijk. De gemeente stelt camera's e.d. aan burgers ter beschikking om documentaires over de eigen gemeente te maken.
Kansen en bedreigingen
Alle hiervoor genoemde voorbeelden zijn erop gericht de afstand tussen burgers en bestuur te verminderen. Iets wat ook in ons land wordt nagestreefd. Wat dat betreft zouden alle overheidsinstanties web 2.0 moeten omarmen. Ik besef echter ook dat er risico's aan vast zitten. Met name aan de user generated content. Want wat als een burger bijvoorbeeld niet politiek correcte discriminerende teksten plaatst? Is de overheid daar dan voor verantwoordelijk? Interessant om te kijken hoe hiervoor genoemde gemeenten hier mee omgaan! Misschien moet je wat dat betreft als overheid ook een beetje durven loslaten en niet willen streven naar volledige controle. Dat is iets wat niet bij de basisbeginselen van web 2.0 past.
Dit geldt overigens ook voor de interne toepassing van bijvoorbeeld wiki's en blogs binnen een overheidsinstelling. Willen overheidsinstellingen hier op succesvolle wijze gebruik van maken, zo luidt mijn stelling, dan moeten de huidige hiërachiëen voor een belangrijk deel worden afgebroken. Het management moet medewerkers ruimte bieden en mede verantwoordleijk maken voor te leveren prestaties. Alleen dan kan een cultuur ontstaan waarin kennis delen vanzelfsprekend wordt. Het verminderen van de hiërarchie is m.i. tevens noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overheid als werkgever aantrekkelijk blijft voor de nieuwe generatie medewerkers die opgroeit met Hyves etc. en gewend is te opereren in netwerken. Zie in dit kader bijvoorbeeld de presentatie van prof. Wim Veen van de Universiteit Delft over de "Homo Zappiens" (http://www.slideshare.net/HansMestrum/homo-zappiens/1).
Abonneren op:
Posts (Atom)
